Wat is STABU?
STABU is de Nederlandse systematiek voor bestekken in de woning- en utiliteitsbouw: een gestandaardiseerde manier om te beschrijven wat er gebouwd moet worden, zodat alle partijen hetzelfde bedoelen. De letters staan voor Standaardbestek Burger- en Utiliteitsbouw.
Een bestek is het document waarin staat wat er precies gemaakt moet worden en aan welke eisen dat moet voldoen. Zonder afspraken over hoe je zo'n document opbouwt, schrijft iedereen het anders op. De een noemt het buitenspouwblad, de ander het metselwerk gevel, en dan moet jij maar raden of dat hetzelfde is. STABU legt die opbouw vast.
De stichting achter STABU bestaat al sinds 1976. De eerste versie van het standaardbestek verscheen in 1986 als boek, en in 1990 kwam er een versie die je op de computer kon gebruiken. Sinds de fusie in 2019 wordt STABU beheerd door Ketenstandaard Bouw en Techniek. De standaard zelf is software-onafhankelijk: hij wordt ondersteund door de bestekprogramma's die in Nederland gebruikt worden, maar hij hoort niet bij één leverancier.
Kort gezegd
STABU is geen bouwvoorschrift en vertelt je niet hoe je moet bouwen. Het is een afspraak over hoe je opschrijft wat er gebouwd moet worden, zodat iedereen in de keten hetzelfde leest.
Waar bestaat een STABU bestek uit?
Een bestek dat volgens STABU is opgezet valt grofweg in drie delen uiteen. Het eerste deel is algemeen en bevat de voorwaarden die voor het werk gelden, vaak met de UAV 2012 erbij. Het tweede deel is de technische omschrijving: daar staat per werksoort wat er gemaakt wordt en welke eisen daarbij horen. Het derde deel is het overzicht van de bijlagen, waaronder modelovereenkomsten en tekeningen.
Als onderaannemer kijk je in de praktijk vooral naar het tweede deel, maar je slaat het eerste deel beter niet over. Juist daar staan de voorwaarden die bepalen wie verantwoordelijk is als er iets misgaat.
Waarom bestaat STABU?
Op een bouwproject werken veel partijen samen die elkaar vaak niet kennen. Een architect tekent, een adviseur rekent, een hoofdaannemer coördineert en tien onderaannemers voeren uit. Als ieder zijn eigen woorden gebruikt, gaat het ergens fout. Meestal niet meteen, maar pas als het werk al staat en de rekening komt.
Eenduidige omschrijving
Dezelfde code betekent bij iedereen hetzelfde werk. Er valt niets te interpreteren.
Vergelijkbare offertes
Drie offertes op hetzelfde bestek zijn echt naast elkaar te leggen, want ze gaan over precies dezelfde posten.
Minder discussie
Wat er wel en niet in zit staat zwart op wit. Dat scheelt gedoe over meerwerk achteraf.
Dat laatste punt is waar het voor jou om draait. De meeste ruzies op de bouw gaan niet over de kwaliteit van het werk, maar over de vraag of iets nou wel of niet in de prijs zat. Een bestek dat netjes gecodeerd is, maakt dat gesprek een stuk korter.
Hoe is de STABU codering opgebouwd?
De logica achter de STABU nummering is dat je van grof naar fijn werkt. Je begint bij een hoofdstuk, dat een hele werksoort omvat. Binnen dat hoofdstuk zitten paragrafen, die het onderwerp opdelen. En binnen die paragrafen zitten de bestekposten: daar staat pas echt wat er gemaakt moet worden.
Van grof naar fijn
- 1
Hoofdstuk: welke werksoort?
Twee cijfers. Metselwerk is altijd 22, schilderwerk altijd 46. Hieraan zie je meteen of een post jouw vak raakt.
- 2
Paragraaf: welk onderdeel?
Het hoofdstuk wordt opgedeeld in paragrafen en subparagrafen. Hiermee zoom je in van de hele werksoort naar een specifiek onderdeel.
- 3
Bestekpost: wat en hoe?
De bestekpost beschrijft het werk zelf, met de omschrijving, de eenheid en de hoeveelheid. Dit is het niveau waarop jij je prijs zet.
De bestekpostnummers bestaan uit zes cijfers. Een nummer dat op een nul eindigt is het betalingsniveau: dat is het niveau waarop afgerekend wordt. Daaronder kunnen nog detailregels hangen die het werk verder omschrijven maar waar niet apart voor betaald wordt. Het is de moeite waard om daar even op te letten voor je gaat rekenen, want het bepaalt hoe je je begroting opbouwt.
Zo lees je een code
Zie je een post beginnen met 22? Dan gaat het over metselwerk en is het iets voor de metselaar. Begint hij met 46? Dan is het schilderwerk. Die eerste twee cijfers zijn je snelste filter: daarmee zie je in één blik welke pagina's van het bestek jou aangaan en welke je kunt overslaan.
Een bestekschrijver kan overigens ook eisen opnemen zonder een specifiek product voor te schrijven. Dan staat er waar het werk aan moet voldoen, en mag jij zelf komen met een product dat daaraan voldoet. Dat geeft je ruimte, maar het legt de bewijslast ook bij jou: jij moet aantonen dat wat je levert de eisen haalt.
De STABU hoofdstukken
De STABU hoofdstukken zijn geordend zoals een gebouw ongeveer tot stand komt. Je begint met het administratieve deel, dan de bouwplaats, dan het grondwerk en de fundering, dan de ruwbouw omhoog, daarna gevel en dak, vervolgens de afbouw en tenslotte de installaties. Tussen de nummers zitten bewust gaten. Die zijn gereserveerd, zodat er later werksoorten bij kunnen zonder dat de hele nummering overhoop moet.
Let op de versie
De STABU codering lijst hieronder geeft de hoofdstukindeling zoals die in de gangbare uitgaven van de STABU Standaard voorkomt. Nummering en benaming kunnen per uitgave licht verschillen, en de lijst hieronder is niet volledig: er bestaan ook hoofdstukken boven de 84 en gereserveerde nummers die hier niet staan. Werk je aan een echt project, ga dan altijd uit van de hoofdstukserie die bij jouw bestek hoort en raadpleeg Ketenstandaard als beheerder van de standaard.
| Nr. | Hoofdstuk | Fase |
|---|---|---|
| 00 | Algemeen | Administratief |
| 01 | Voor het werk geldende voorwaarden | Administratief |
| 05 | Bouwplaatsvoorzieningen | Voorbereiding |
| 10 | Stut- en sloopwerk | Voorbereiding |
| 12 | Grondwerk | Terrein |
| 14 | Buitenriolering en drainage | Terrein |
| 15 | Terreinverhardingen | Terrein |
| 16 | Beplanting | Terrein |
| 17 | Terreininrichting | Terrein |
| 20 | Funderingspalen en damwanden | Ruwbouw |
| 21 | Betonwerk | Ruwbouw |
| 22 | Metselwerk | Ruwbouw |
| 23 | Vooraf vervaardigde steenachtige elementen | Ruwbouw |
| 24 | Ruwbouwtimmerwerk | Ruwbouw |
| 25 | Metaalconstructiewerk | Ruwbouw |
| 26 | Bouwkundige kanaalelementen | Ruwbouw |
| 30 | Kozijnen, ramen en deuren | Gevel en dak |
| 31 | Systeembekledingen | Gevel en dak |
| 32 | Trappen en balustraden | Gevel en dak |
| 33 | Dakbedekkingen | Gevel en dak |
| 34 | Beglazing | Gevel en dak |
| 35 | Natuur- en kunststeen | Gevel en dak |
| 36 | Voegvulling | Gevel en dak |
| 37 | Na-isolatie | Gevel en dak |
| 38 | Gevelschermen | Gevel en dak |
| 40 | Stukadoorwerk | Afbouw |
| 41 | Tegelwerk | Afbouw |
| 42 | Dekvloeren en vloersystemen | Afbouw |
| 43 | Metaal- en kunststofwerk | Afbouw |
| 44 | Plafond- en wandsystemen | Afbouw |
| 45 | Afbouwtimmerwerk | Afbouw |
| 46 | Schilderwerk | Afbouw |
| 47 | Binneninrichting | Afbouw |
| 48 | Behangwerk, vloerbedekking en stoffering | Afbouw |
| 50 | Dakgoten en hemelwaterafvoeren | Installaties |
| 51 | Binnenriolering | Installaties |
| 52 | Waterinstallaties | Installaties |
| 53 | Sanitair | Installaties |
| 54 | Brandbestrijdingsinstallaties | Installaties |
| 55 | Gasinstallaties | Installaties |
| 60 | Verwarmingsinstallaties | Installaties |
| 61 | Ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties | Installaties |
| 62 | Koelinstallaties | Installaties |
| 68 | Regelinstallaties | Installaties |
| 70 | Elektrotechnische installaties | Installaties |
| 75 | Communicatie- en beveiligingsinstallaties | Installaties |
| 78 | Gebouwenbeheersystemen | Installaties |
| 80 | Liftinstallaties | Transport |
| 81 | Roltrappen en rolpaden | Transport |
| 82 | Hef- en hijsinstallaties | Transport |
| 83 | Goederentransport- en -distributiesystemen | Transport |
| 84 | Gevelonderhoudinstallaties | Transport |
Zie je in deze lijst je eigen vak staan? Dan weet je meteen welk hoofdstuk je in een bestek als eerste opzoekt. Een stukadoor begint bij 40, een tegelzetter bij 41, een elektricien bij 70. Dat klinkt simpel, en dat is het ook. De kracht van het systeem zit hem er juist in dat het altijd hetzelfde nummer is.
Bestek lezen als onderaannemer
Een bestek van tweehonderd pagina's hoef je niet van kaft tot kaft te lezen. Maar de stukken die jou aangaan moet je wel echt lezen, en niet diagonaal. Zo pak je het aan.
- Zoek eerst je eigen hoofdstuk
Ben je tegelzetter, dan begin je bij 41. Dat is je basis, en meestal zit daar het grootste deel van je werk.
- Kijk naar de hoofdstukken eromheen
Jouw werk raakt bijna altijd dat van een ander. Een tegelzetter heeft te maken met de dekvloer uit 42 en soms met het sanitair uit 53. Daar zitten de aansluitingen, en dus de risico's.
- Lees hoofdstuk 00 en 01 toch even
Saai, maar hier staan de voorwaarden, termijnen en verantwoordelijkheden. Deze bepalen wat er gebeurt als het misgaat.
- Check de bouwplaatsvoorzieningen (05)
Wie regelt de steiger, de kraan, de stroom en de afvoer? Als dat niet bij de hoofdaannemer ligt, staat het in jouw kosten.
- Markeer wat je niet doet
Wat buiten je scope valt schrijf je op. Dat wordt straks je lijst met uitsluitingen in de offerte.
Herkennen wat buiten je scope valt is een kwestie van de randen aftasten. Staat er in jouw hoofdstuk een post die eigenlijk voorbereidend werk van een ander is? Dan is de vraag wie dat doet. Stel die vraag vóór de inschrijving, niet erna. Een korte mail met je aanname erin is later goud waard, want dan staat zwart op wit waar je van uit bent gegaan.
STABU en je offerte of calculatie
Hier zit de meeste winst voor de gemiddelde vakman. Als je een prijs maakt op een bestek, laat je posten dan aansluiten op de indeling van dat bestek. Dus niet één regel "tegelwerk badkamers, €12.400", maar je posten in dezelfde volgorde en met dezelfde omschrijving als het bestek ze noemt.
Waarom dat helpt: degene die jouw offerte beoordeelt legt hem naast het bestek. Als hij regel voor regel kan aftikken, is jouw offerte makkelijk te controleren en dus makkelijk te gunnen. Kan hij dat niet, dan moet hij gaan puzzelen, en bij twijfel gaat hij ervan uit dat iets er niet in zit. Dat kost jou geld.
Benoem je uitsluitingen expliciet
Schrijf niet alleen op wat je doet, maar ook wat je niet doet. "Exclusief het egaliseren van de ondervloer (valt onder hoofdstuk 42)" is een zin die je een hoop discussie bespaart. Verwijs daarbij naar het hoofdstuk, dan weet de hoofdaannemer meteen bij wie hij moet zijn.
Dat geldt ook voor je aannames. Ga je uit van een vlakke ondervloer, van stroom op de verdieping, of van een bepaalde volgorde in de planning? Zet het erbij. Een offerte met heldere voorwaarden en uitsluitingen oogt niet moeilijk, hij oogt professioneel. Meer over hoe je dat opschrijft lees je bij het maken van een offerte en bij offertes in Vastlegg.
STABU of een gewone werkomschrijving?
Niet elk werk vraagt om een bestek. Sterker nog, de meeste klussen van een ZZP'er niet. STABU is gemaakt voor de woning- en utiliteitsbouw, meestal bij projecten waar veel partijen aan tafel zitten en waar het geld en de risico's navenant zijn.
Wel een STABU bestek
- Nieuwbouw of grote renovatie met meerdere partijen
- Aanbestedingen, zeker bij overheid of woningcorporatie
- Werk waar een architect of adviseur bij betrokken is
- Projecten waar offertes vergelijkbaar moeten zijn
Geen STABU nodig
- Kleine klus bij een particulier
- Een badkamer, een dakkapel, een uitbouw
- Onderhoud en reparatiewerk
- Werk waar jij de enige uitvoerende partij bent
Voor die tweede categorie is een duidelijke werkomschrijving genoeg: wat ga je doen, met welke materialen, in welke periode, en wat zit er niet bij. Een particulier die een STABU bestek onder zijn neus krijgt, begrijpt er niets van. Daar helpt gewone taal beter dan een codering.
Veelgemaakte fouten bij het lezen van een bestek
Alleen je eigen hoofdstuk lezen
De duurste verrassingen zitten meestal niet in jouw hoofdstuk, maar op de grens met dat van een ander. Lees de aangrenzende hoofdstukken door op alles wat jouw werk raakt.
STABU en NL/SfB door elkaar halen
Dit gebeurt vaker dan je denkt. STABU deelt in naar werksoort, dus naar wie wat doet. NL/SfB deelt in naar bouwdeel, dus naar welk onderdeel van het gebouw het is. Twee verschillende systemen, twee verschillende nummers voor hetzelfde ding. Kijk dus altijd even welke systematiek je voor je hebt.
De hoeveelheden klakkeloos overnemen
Er staat soms een hoeveelheid ter inlichting bij, en dat is geen garantie. Controleer de belangrijke hoeveelheden zelf op de tekening voor je er een prijs aan hangt.
De nota van inlichtingen negeren
Vragen en antwoorden die tijdens de aanbesteding zijn uitgewisseld gaan meestal vóór op het oorspronkelijke bestek. Reken je op de oude tekst, dan reken je op iets wat niet meer geldt.
Aannames niet opschrijven
Je hebt vast ergens iets ingevuld wat niet in het bestek stond. Als dat niet in je offerte staat, bestaat het niet. Zet je aannames erbij, hoe vanzelfsprekend ze je ook lijken.
Veelgestelde vragen
Wat is STABU?
STABU staat voor Standaardbestek Burger- en Utiliteitsbouw. Het is de Nederlandse systematiek om bestekken te schrijven voor de woning- en utiliteitsbouw, zodat alle partijen hetzelfde bedoelen.
Wat is STABU codering?
Het nummersysteem waarmee een bestek is ingedeeld. Het werk is verdeeld in genummerde hoofdstukken per werksoort, die uiteenvallen in paragrafen en bestekposten. Een code verwijst zo altijd naar dezelfde soort werk.
Wat zijn de STABU hoofdstukken?
Genummerde groepen per werksoort. 00 is Algemeen, 01 bevat de voorwaarden, en daarna volgen de werksoorten: 21 Betonwerk, 22 Metselwerk, 46 Schilderwerk, 70 Elektrotechnische installaties. Tussen de nummers zitten bewust gaten als reserve.
Hoe lees je een STABU code?
Van grof naar fijn. De eerste twee cijfers zijn het hoofdstuk en vertellen je om welke werksoort het gaat. De cijfers daarna verwijzen naar de paragraaf en de bestekpost, waarin staat wat er precies gemaakt moet worden.
Waarom bestaat de STABU systematiek?
Omdat iedereen dan dezelfde taal spreekt. Offertes worden vergelijkbaar en er ontstaat minder discussie achteraf over wat er wel en niet in de prijs zat.
Wie beheert STABU tegenwoordig?
Ketenstandaard Bouw en Techniek. Stichting STABU is in 2019 gefuseerd met Ketenstandaard Bouw en Installatie. De standaard zelf is software-onafhankelijk en wordt ondersteund door de bestekprogramma's in Nederland.
Heb ik als ZZP'er altijd een STABU bestek nodig?
Nee. Voor een keuken bij een particulier of een dakkapel schrijf je geen STABU bestek. Een heldere werkomschrijving met je uitsluitingen erbij is dan genoeg.
Is STABU hetzelfde als NL/SfB?
Nee. STABU deelt het werk in per werksoort, dus naar wie wat uitvoert. NL/SfB deelt in naar bouwdeel, dus naar welk onderdeel van het gebouw het is. Kijk altijd welke systematiek je voor je hebt.
Werkt Vastlegg met STABU?
Nee, om eerlijk te zijn niet. Vastlegg is geen bestekprogramma: we hebben geen STABU-import, geen koppeling met bestekken en geen STABU-codering in de calculatie. Wil je een bestek schrijven of inlezen, dan heb je daar echte bestekssoftware voor nodig. Waar Vastlegg wel voor bedoeld is, is de fase daarna: zodra het werk begint, leg je per project je uren, foto's, werkbonnen en facturen vast, zodat je later kunt laten zien wat er is gedaan.